Via Nova Hadriana

Het doorkruisen van die woestijn was niet eenvoudig. Er waren het barre klimaat, de moeilijkheid om de weg te vinden in een doolhof van valleien en tenslotte het risico van overvallen. Met de sterke toename van het handelsverkeer naar Arabië en India vanaf het bewind van Augustus, werd het Romeinse bestuur gedwongen om de karavaanroutes die Coptos met de havens van de Rode Zee verbinden, volledig uit te rusten.

Na de regering van Vespasianus en vooral vanaf het begin van de 2de eeuw wordt een nieuwe fase in de ontsluiting van de woestijn gekenmerkt door de aanleg van een dicht netwerk van forten langs de wegen, een grootschalige exploitatie van granietgroeven en porfier, de stichting van Antinoopolis door Hadrianus aan de oevers van de Nijl gevolgd door de aanleg van de Via Nova Hadriana.

Die werd voltooid in het jaar 137. Een Griekse inscriptie (OGIS 701 = IGR I, 1142) die in Cheikh Abat, het vroegere Antinoopolis werd gevonden, vermeldt dat de route "door veilige en stille plaatsen loopt en is uitgerust met vele putten, stations en forten". Met die forten en waterpunten op regelmatige afstanden langs de weg, lijkt het er echter op dat de kooplieden de Via Nova Hadriana niet intensief gebruikten. In wezen was de weg militair van aard en bedoeld om de troepen die bijdroegen aan de beveiliging van de regio gemakkelijker te kunnen verplaatsen.

De Via Nova Hadriana, die leidde naar de Rode Zee, startte in Antinoopolis aan de Nijl. Vandaar liep de weg verder naar het noordoosten, ging zuidwaarts langs de kust van de Rode Zee en leidde na ongeveer 800 km reizen uiteindelijk naar de haven van Berenikè. Het is de langste weg die werd gebouwd door de oostelijke woestijn van Egypte.

Foto: Kristian Strutt

Maak jouw eigen website met JouwWeb