De Via Julia Augusta

Lang voor de Romeinen de Alpen over trokken om richting Frankrijk en Spanje te trekken, hadden Griekse kolonisten vanaf de 7de eeuw v. Chr. langs de kunsten van Zuid-Frankrijk reeds talrijke steden gesticht: Nice, Monaco, Antibes, Marseille, Agde. Deze ontwikkelden zich tot bloeiende handelsplaatsen van de Middellandse Zee. Archeologische restanten ervan zijn tot de dag van vandaag zichtbaar.

De belangrijkste Romeinse weg die langs de Franse Côte d’Azur liep, is ongetwijfeld de Via Julia Augusta. Over deze weg schrijft Strabo[1] in zijn Geographika :

De [kust] strekt zich uit van deze [laatste stad = Marseille] tot aan de rivier de Var en de Liguriërs die er vlakbij wonen. Daar liggen de Massiliaanse steden Tauroentium (Taurenti), Olbia (Eoube), Antipolis (Antibes), Nicæa (Nice) en de zeehaven van Augustus Caesar, Forum Julium (Fréjus) genaamd, die gesitueerd is tussen Olbia en Antipolis op zowat 600 stadia (114 km) van Marseille. De Var ligt tussen Antipolis en Nicæa; van de ene ongeveer 20 stadia (3,8 km) verwijderd, van de andere ongeveer 60 (11,4 km). … Want deze [regio] is van nature bergachtig en versterkt. In de omgeving van Marseille is er een aanzienlijke vlakte. Wanneer je echter oostwaarts gaat, wordt het land zo ingesloten door de bergen dat er nauwelijks voldoende weg overblijft voor een passage langs de kust.

Het kostte Rome 80 jaar guerrilla om een landroute te openen voor het Romeinse leger. G. Sextius Calvinus  versloeg in 124 v.Chr. eindelijk de Liguriërs, de Vocontiërs en de Salluviërs in Gallia Narbonensis. Hij stichtte Aquae Sextiae, het latere Aix-en-Provence, op de plaats van Keltisch-Ligurisch oppidum. De stichting van Aquae Sextiae verzekerde de vrije doorgang, maar de constructie van de weg, bijzonder tussen Nice en Fréjus, vond pas plaats na de definitieve onderwerping van de Liguriische stammen door keizer Augustus in 14 v. Chr. 

De regering van keizer Augustus was zeer bepalend voor de Romeinse wegenbouw. Nadat hij in 20 v. Chr. de cura viarum op zich had genomen werden nieuwe wegen aangelegd die onder meer Rome met Gallië verbonden. Nauwelijks een jaar na de overwinning op de Alpenvolkeren, liet keizer Augustus de weg tussen Piacenza en de Var trekken. Vandaar ook dat hier met de weg Via Julia Augusta specifiek het traject tussen Roquebrune-Cap-Martin en Fréjus (Var) wordt bedoeld. De aanleg van de oude Via Julia Augusta was destijds van groot belang. Hij verbond Gallia Cisalpina met Gallia Transalpina. De weg maakte dus ook deel uit van de Via Aurelia, vanaf 241 voor Christus aangelegd door Caius Aurelius Cotta. Hij liep vanuit Rome via de westkust van Italië naar Pisa en Genua om ten slotte in Piacenza aan te komen. Deze weg was de enige route over de Alpen die in alle seizoenen kan worden gebruikt.

 

[1] Strabo, IV, 1, 9

Portfolio

Het zegemonument van Augustus in La Turbie vermeldt de 46 namen van de onderworpen Alpenstammen (2021)

De westelijke poort van het fort "Castro Torbia" komt uit op de huidige "Rue Compte de Cesolle" die samenvalt met de Via Julia. (2021)

Le Pont Flavien (2007)

Maak jouw eigen website met JouwWeb