Via de la Plata

Al tijdens de prehistorie zochten de mensen die het Iberisch schiereiland bewoonden voor hun reizen de beste routes. Van deze routes verbonden enkelen het zuiden met de noordelijke regio’s, onder meer naar het land van de Vetones en Lusitani. Deze routes werden eerst door de Carthagers en vervolgens door de Romeinen gebruikt en leidden tot de kolonisatie van Andalusië en Lusitania. Na de Romeinse veroveringen leidden de strategische en de economische belangen tot de bouw van echte wegen die de communicatie, onder meer met Rome, moesten facliteren. Zo ontstond de grote weg van Emerita Augusta (Mérida) naar Asturica Augusta (Astorga) in het noorden en naar Hispalis (Sevilla) in het zuiden. De aanleg van deze Romeinse weg leidde tot de bouw van stationes of haltes. Deze werden ongeveer iedere 25 Romeinse mijl langsheen de hele route gebouwd. Langs deze heerbaan plaatsten de Romeinse wegenbouwers mijlpalen, waarvan er vele nog steeds zichtbaar zijn.

Door de eeuwen heen kreeg deze Romeinse weg verschillende namen. De huidige naam, de Via de la Plata, is van Arabische oorsprong. De weg wordt ook de Zilverroute genoemd. Hoewel de oude Romeinse weg in de richting van de metaalmijnen in Noord-Spanje loopt, heeft de naam echter niets met zilver te maken. Hoogstwaarschijnlijk is hij afgeleid van het Latijnse woord "platea", brede weg, of "Lapidata", stenen weg. Een andere mogelijke oorsprong is het Arabische woord Balatta, dat weg betekent.

Sedert de middeleeuwen speelde de Vía de la Plata een belangrijke rol in de pelgrimmages naar Santiago de Compostela.

Portfolio

 

De Via de la Plata op de Spaanse hoogvlakte (foto: John Hayes)

Maak jouw eigen website met JouwWeb