Teksten

De literaire bronnen uit de Romeinse tijd zijn doorgaans nogal vaag over het Romeinse wegennet. Toch geven ze bij gelegenheid belangrijke inlichtingen over de uitbouw en de aanleg ervan. Sommigen laten toe een beter inzicht te krijgen in de archeologische restanten van het antieke wegennet in onze contreien. Ook teksten uit de middeleeuwen, studies uit de 16de of de 17de eeuw en reisverslagen spelen een belangrijke rol in onze kennis.

 

Louis Couperus over de Via Appia

In december 1893 stelde Louis Couperus aan zijn uitgever L.J. Veen voor zijn reisimpressies te bundelen. Die bundel werd in 1894 gepubliceerd. In de zesde brief schreef Louis Couperus over de 'Via Appia', vervuld met melancholie door de eenzaamheid van het landschap met antieke ruïnes, een herder, boerinnen en soldaten.

Lees meer »

Johann Wolfgang von Goethe (11 november 1786)

De Via Appia en haar monumenten werd een doel voor reizigers van alle tijden zoals Johann Wolfgang von Goethe, Lord Byron en Louis Couperus die tijdens hun Grand tour Rome aandeden. Johann Wolfgang von Goethe was op 11 november 1786 over de Via Appia naar het rotondegraf van Caecilia Metella gewandeld.

Lees meer »

Nicolas Bergier (1567-1623)

Over het gebruik van de naam Chaussée Brunehaut schreef Nicolas Bergier, (1567-1623) een kritische notitie in in het 26ste hoofdstuk 'De l’histoire fabuleuse des Chaussées de Brunehault en la Gaule Belgique' van zijn Histoire des Grands Chemins de l’Empire Romain. Het werk verscheen in 1622 in Parijs verscheen. In de heruitgave van 1728 werd voor de eerste maal een grafische reproductie van de Peutingerkaart toegevoegd.

Lees meer »

Hendrik van Veldeke (circa 1150 – na 1186): over de weg van Tongeren naar Keulen

In Hasselt staat een gedenkteken voor de twaalfde-eeuwse dichter Hendrik van Veldeke. Zoals zijn naam zegt, werd hij geboren te Veldeke, een gehucht op het grondgebied van Hasselt. Hij is de eerste volkstalige schrijver van de Lage Landen die we bij naam kennen. In de verzen van de Sint-Servatius-legende bezong hij niet alleen het internationale karakter van Maastricht, maar maakte hij tegelijk melding van de weg tussen Keulen en Tongeren (Voer Colne ende voer Tongheren). 

Lees meer »

Ausonius, Mosella, 365/368

Een impressie van een reis naar Trier en de Moezelstreek vind je in Ausonius’ Mosella. Het is weliswaar geen reisverslag in de echte zin van het woord, maar het geeft wel een zeker idee. In de eerste verzen beschrijft de dichter uit Bordeaux enkele etappes van zijn tocht:

Lees meer »

Siculus Flaccus (1ste eeuw n.C.?)

De Romeinse wegen vertonen naar gelang hun belang een grote diversiteit. De landmeter Siculus Flaccus deelde de wegen tijdens de 1ste eeuw n.C. in drie categorieën in, met name de viae publicae, de viae vicinales en de viae privatae. Siculus Flaccus schreef hierover een fundamentele tekst die een duidelijke hiërarchie binnen de wegen vastlegt en tegelijk de verantwoordelijken voor de aanleg en het onderhoud ervan aanduidt.

Lees meer »

Maak jouw eigen website met JouwWeb