Geschiedenis van de Romeinse wegen in Germania Inferior

In Noord-Gallië gaat het Romeinse wegennet terug op de opmetingen tijdens het gouverneurschap van M. Vipsanius Agrippa. Hij was één van de belangrijk­ste medewer­kers van keizer Augustus. De opmetingen startten in 39/38 v.C.. Samen met de organisatie van de provincies en de civitates, de stichting van steden en de inrichting van het kadaster als basis voor het grondbezit pasten zij in de doelstelling van keizer Augustus om de gebieden, die C. Iulius Caesar tussen 58 en 51 v.C. had veroverd, snel te pacificeren en het Romeinse Rijk in Germanië over de Rijn tot aan de Elbe en in Britannië uit te breiden. Wat later waren zij belangrijk om de militaire zone langs de Rijn op een systematische wijze uit te bouwen. Romeinse wegen waren dus in de eerste plaats bestemd voor militaire transporten en de koerierdiensten van de overheid. De hoofdwegen verbonden de hoofdsteden van de provincies en de bestuurlijke districten zoals Reims, Bavay, Cassel, Tongeren, Nijmegen, Keulen of Trier. In België werd Tongeren, het antieke Atuatuca Tungrorum, het belangrijkste wegenknooppunt. Als snel werden die heerbanen belangrijke economische verkeersaders.

Ook de weg die Boulogne-sur-Mer via Velzeke, Tienen, Tongeren en Maastricht met Keulen verbond werd tijdens de regering van keizer Augustus aangelegd. Hoewel de weg wat in de schaduw bleef van deze tussen Bavay en Tongeren, ontwikkelde hij zich tot een belangrijke verkeersader. De handel in landbouwproducten, zout en aardewerk verliep onder meer via deze route. Verder werden ook in de limes-regio belangrijke wegen aangelegd.

De geschiedenis van de Romeinse wegen eindigden niet met de ondergang van het West-Romeinse Rijk. Tijdens de middeleeuwen bleef de weg tussen Tienen, Tongeren en Keulen strategisch van groot belang en ontwikkelde zich bovendien tot een uitzonderlijke handelsader. Hij werd de Keulse weg genoemd en maakte deel uit van de Hanze-route Brugge - Novgorod. Als pelgrimsweg was hij één van de camino's naar Sint-Jacob van Compostella. De historische steden en gemeenten langs de weg, gebouwd over meerdere eeuwen, tonen aan dat deze weg niet alleen de ontwikkeling van andere wegen en monumenten, beïnvloedde, maar ook de meer dan 1500 jaren geschiedenis die volgden. Zowel de stichting van de Trudo-abdij als de keuze van de graven van Loon voor de hoogten van Borgloon kunnen ongetwijfeld direct in verband worden gebracht met de maatschappelijke en strategische positie van de Romeinse weg tijdens de middeleeuwen.  Het belang ervan kan worden afgelezen van het archeologisch erfgoed dat de geschiedenis van de eeuwen die volgden, illustreert.